Bij Calidus geloven we dat de best mogelijke zorg begint bij de mens. Bij bewoners en cliënten die zich gezien voelen én bij professionals die vanuit dezelfde visie samenwerken. In deze zomerserie vertellen collega's over hun vak, hun drijfveren en de keuzes die zij iedere dag maken.
“In het ziekenhuis richt je je vaak op één ziektebeeld. In de ouderenzorg is dat anders. Je kijkt niet alleen naar een aandoening, maar naar de hele mens,” vertelt Verpleegkundig Specialist Marianne Zomerdijk. Dat bredere kijken bracht haar in 2020 naar de ouderenzorg. “Cliënten hebben een heel levensverhaal. Je kunt echt iets voor iemand betekenen.”
Op De Wilgenhof is zij regiebehandelaar en ondersteunt ze collega's bij complexe medische en verpleegkundige vraagstukken. Daarbij is haar eerste stap niet om direct een oplossing te bedenken. “Want het beeld dat je ziet, komt niet altijd overeen met de onderliggende ziekte.”
Verder kijken dan de eerste indruk
Bij oudere cliënten laten gezondheidsproblemen zich vaak anders zien dan in de leerboeken. Een blaasontsteking uit zich bijvoorbeeld niet altijd in pijn, maar kan zorgen voor verward gedrag. “Je vraagt jezelf steeds af: wat zie ik eigenlijk? Wat is er veranderd? En wat zou daarachter kunnen zitten?”
Volgens Marianne begint haar werk met goed kijken. Niet te snel invullen wat er aan de hand is, maar eerst begrijpen wat er speelt. Dat maakt iedere dag anders. “Je komt steeds nieuwe ziektebeelden tegen. Dat vind ik interessant. Je blijft leren en jezelf ontwikkelen.”
Weten wie iemand is
Voor Marianne begint goede zorg met weten wie iemand is. Juist bij mensen met dementie is dat volgens haar belangrijk. “Gedrag komt vaak voort uit iemands normen en waarden en levenservaringen.”
Tijdens de opname voert Marianne een behandelwensengesprek. “Wil iemand nog alles uit de kast trekken om beter te worden? Of wil iemand het liefst zo comfortabel mogelijk leven? Daar stem je de zorg op af.”
Bij mensen met dementie lukt het niet altijd meer om precies te vertellen wat ze willen. “Daarom helpt het als je weet wie iemand is en wat voor diegene belangrijk is.”
Samen puzzelen
Als regiebehandelaar hoeft Marianne niet overal zelf het antwoord op te hebben. De samenwerking met collega's maakt volgens haar het verschil. “De zorgmedewerkers zijn de ogen en oren van de Verpleegkundig Specialist. Zij zien cliënten iedere dag. De diëtist weet alles van voeding, de logopedist van slikproblemen en de gedragsdeskundige van gedrag. Iedereen heeft zijn eigen expertise.”
Die verschillende perspectieven komen samen voordat er keuzes worden gemaakt. “Ik vraag collega's vaak: heb je er zelf al over nagedacht? Of: hoe denkt de cliënt er eigenlijk over? Soms zorgt één vraag ervoor dat iemand vanuit een andere invalshoek naar de situatie kijkt of met een oplossing komt.”
Marianne weet dat een advies pas waarde krijgt als het ook werkt in de praktijk. “Ik kan iets bedenken, maar de zorgmedewerkers moeten ermee aan de slag. Daarom kijk ik altijd samen met hen of het ook echt past bij de cliënt.”
Eén gezamenlijk plan
Goede samenwerking begint volgens Marianne met goede communicatie. “Het helpt als je weet wat de ander doet, elkaar begrijpt en op elkaar kunt bouwen. Dan kun je elkaar ook veel makkelijker vinden.”
Wanneer iedere discipline vanuit dezelfde bedoeling werkt, ontstaat er volgens haar één gezamenlijk plan. “Dan zijn we niet allemaal onze eigen eilandjes, maar werken we met elkaar aan hetzelfde doel.”
Dat geeft duidelijkheid voor collega's én rust voor cliënten en hun naasten. Iedereen weet wat de bedoeling is en hoe hij of zij daaraan kan bijdragen.
Zo krijgen we het voor elkaar
Voor Marianne draait passende zorg uiteindelijk om samen blijven kijken naar wat iemand nodig heeft. “Soms volg je de richtlijnen en soms moet je juist een beetje creatief zijn om de zorg passend te maken. Je kijkt steeds opnieuw: wat heeft deze cliënt nodig?”
Hoe Calidus dat voor elkaar krijgt? “Door goed naar elkaar te luisteren en samen te werken. Iedereen heeft zijn eigen expertise, maar we hebben hetzelfde doel: de cliënt zo goed mogelijk ondersteunen. Dan krijg je de beste zorg.”
De belangrijkste lessen leert Marianne misschien wel van haar cliënten. “Soms loop ik gehaast een kamer binnen of praat ik onbedoeld over iemand heen met familie. Dan zegt een cliënt: ‘Hallo, ik zit hier ook nog.’ Op zo’n moment denk ik: ja, natuurlijk. Eerst aandacht voor de mens, daarna pas voor de zorgvraag.”
